Juridische AI
· 6 min leestijd

AI-chat en verschoningsrecht: VS-uitspraken lopen uiteen

Door Amine Gaaliche · concept opgesteld met Claude, met de hand nagekeken en geredigeerd

Een AI-chat kan onder het Amerikaanse privilege of de bescherming van work product vallen, maar niet altijd: dat hangt af van wie opdracht gaf tot het gebruik en van wat de accountvoorwaarden over vertrouwelijkheid zeggen. Dat blijkt uit de eerste drie uitspraken van Amerikaanse federale rechters, uit februari en maart 2026. Ze lopen uiteen, en het verschil zit in twee feiten die een advocaat zelf in de hand heeft.

Heppner: Claude op eigen initiatief

Rechter Jed S. Rakoff van de federale rechtbank in New York deed in februari 2026 uitspraak in United States v. Heppner. De verdachte had op eigen initiatief Claude, het taalmodel van Anthropic, zijn situatie laten analyseren en verweerargumenten laten opstellen. De uitkomsten deelde hij later met zijn advocaten. Volgens het advocatenkantoor Orrick legde de FBI bij een huiszoeking in zijn woning beslag op ongeveer 31 documenten met die gesprekken.

Rakoff gaf drie redenen. Claude is geen advocaat, en volgens de rechter was de vraag daarmee eigenlijk al beantwoord. Verder mocht hij redelijkerwijs geen vertrouwelijkheid verwachten, want hij had het privacybeleid voor consumenten aanvaard. Volgens de rechter mocht Anthropic op grond daarvan invoer gebruiken voor training en delen met derden, ook met overheidsinstanties.

Dat is de lezing van het toenmalige beleid, niet een beschrijving van wat Anthropic nu bepaalt. De derde reden was dat hij niet op aanwijzing van zijn advocaten handelde. Daarop strandde ook het beroep op work product. Die bescherming geldt voor materiaal dat een advocaat maakt of laat maken.

In een voetnoot ging Rakoff nog verder. Zelfs als een deel van wat de verdachte typte onder het privilege viel, had hij dat volgens de rechter prijsgegeven. Dat gebeurde ‘door die informatie te delen met Claude en Anthropic, net alsof hij die met een andere derde had gedeeld’.

Het advocatenkantoor King & Spalding wijst erop dat dit punt alleen in een voetnoot staat. Het berust op de aanname dat wie een prompt invoert, informatie deelt met het programma zelf. Sommige commentatoren lezen erin dat ook het onderliggende advies van de advocaat zijn bescherming kan verliezen.

Warner en Morgan: AI als hulpmiddel

In Warner v. Gilbarco besliste een federale rechter in Michigan op 10 februari 2026 anders. Daar had een partij zonder advocaat vragen aan ChatGPT gesteld. De rechter rekende de vragen en antwoorden tot het beschermde ‘opinion work product’: materiaal waarin een partij haar eigen analyse van de zaak vastlegt.

Het delen met ChatGPT deed die bescherming niet teniet. Volgens de rechter gaat de bescherming pas verloren als de informatie bij een tegenpartij terechtkomt. AI-programma's zijn volgens de uitspraak ‘hulpmiddelen, geen personen, ook al hebben ze ergens op de achtergrond beheerders’.

Op 30 maart 2026 volgde Morgan v. V2X, bij de federale rechtbank in Colorado. Ook daar procedeerde een partij zonder advocaat. Volgens die rechtbank kan work product ook AI-ondersteund werk dekken. Wie AI gebruikt, verliest die bescherming niet automatisch.

Twee verschillen tussen de zaken

Het eerste verschil is wie opdracht gaf tot het gebruik. In Heppner had de verdachte advocaten, maar werkte hij zonder hun aanwijzing. In Warner en Morgan bereidde een partij zonder advocaat haar eigen zaak voor.

Het tweede verschil zijn de voorwaarden van het account. Wie een consumentenbeleid aanvaardt dat gebruik en delen van invoer toestaat, kan volgens Rakoff moeilijk vertrouwelijkheid verwachten. Het grootste risico loopt dus de cliënt die een advocaat heeft en op eigen houtje een consumentenchatbot gebruikt. Juist die cliënt kunt u vooraf instrueren.

Wat nog niet beslist is

Geen van de uitspraken gaat over een cliënt die AI gebruikt op aanwijzing van zijn advocaat. Zakelijke accounts met vertrouwelijkheidsvoorwaarden kwamen ook niet aan bod. Orrick en de International Bar Association (IBA) noemen beide vragen open. Volgens de IBA wilden de rechters in Heppner en Warner geen ‘brede regels geven voor alle denkbare vormen van AI-gebruik door procespartijen’.

Op één punt verschillen zakelijke accounts wel. OpenAI gebruikt invoer en uitvoer van ChatGPT Enterprise, ChatGPT Business, Edu en de API standaard niet voor training, en Anthropic doet dat evenmin bij zijn commerciële producten. Of een rechter een gesprek daardoor beschermd acht, is nog niet beslist.

Elk van de drie uitspraken komt van één federale rechtbank in eerste aanleg. Ze binden geen andere rechter, en er kan nog hoger beroep tegen worden ingesteld.

Wat dit betekent voor een Nederlands kantoor

Het Amerikaanse privilege komt toe aan de cliënt. In Nederland legt artikel 11a van de Advocatenwet de advocaat een geheimhoudingsplicht op. Het verschoningsrecht is zijn recht om daarover tegenover de rechter te zwijgen.

Hoe een Nederlandse rechter een AI-gesprek zou beoordelen, volgt dus niet uit deze uitspraken. Wel geldt ook hier een praktische les: een cliënt die uw advies zelf in een chatbot plakt, brengt het buiten uw kantoor. Wat daarna met die tekst gebeurt, heeft u niet meer in de hand.

De Amerikaanse advocatenorganisatie ABA eist in Formal Opinion 512 (juli 2024) geïnformeerde toestemming voordat informatie over de opdracht in een zelflerend AI-hulpmiddel gaat. Een standaardbepaling in de opdrachtbevestiging volstaat niet. Model Rule 1.6 beschermt alle informatie over de opdracht, ook informatie zonder naam of nummer.

Wat u de cliënt schriftelijk meegeeft

Orrick adviseert AI-instructies op te nemen in Upjohn-waarschuwingen en onderzoeksprotocollen, elke aanwijzing van de advocaat vast te leggen en ervan uit te gaan dat AI-gesprekken en exporten daarvan kunnen worden opgevraagd.

Geef uw cliënt schriftelijk mee dat hij uw advies en zijn stukken niet zelf in een publieke chatbot zet. Komt er AI aan te pas, laat dat dan gebeuren op uw aanwijzing en via een zakelijk account. Leg die aanwijzing vast in het dossier. Hoe u dit in een kantoorbeleid vastlegt, leest u in ons artikel over AI-beleid.

Namen verwijderen: wat het wel en niet oplevert

Door identificerende gegevens te verwijderen valt een gesprek nog niet onder het privilege. Het document blijft ook zonder namen vertrouwelijk, en uw geheimhoudingsplicht blijft gelden. Het verandert alleen wat een kopie van het gesprek prijsgeeft. Wordt zo'n kopie opgevraagd of in beslag genomen, dan staan er codes waar eerst namen stonden.

promptShield is software voor die stap. Coderen vervangt namen, adressen, rekeningnummers en andere identificerende gegevens door korte codes. Een code heeft bijvoorbeeld de vorm [P0ABCD], en de eerste letter geeft het soort gegeven aan.

Binnen een map houdt dezelfde waarde dezelfde code. Documenten in een andere map krijgen andere codes. Decoderen zet de echte waarden lokaal terug, in een bestand of in geplakte tekst.

De koppelingen staan in het Coderegister, een gewoon bestand op uw computer. Dat register valt onder dezelfde regels als de andere bestanden van uw kantoor. Coderen haalt informatie dus niet buiten het bereik van een vordering tot inzage of een beslag.

Detectie, tekstherkenning en zwartlakken gebeuren standaard op uw computer. Diepteanalyse is een optionele extra controle met een groot taalmodel. Stelt u die in op een extern model, dan verlaat de paginatekst wel uw computer.

Hoe codes en Decoderen werken, leest u in een apart artikel. De abonnementen vindt u op de prijspagina.

Vragen over AI en verschoningsrecht

Valt een gesprek met ChatGPT onder het verschoningsrecht?

De uitspraken tot nu toe zijn Amerikaans en gaan over het privilege van de cliënt. In Nederland komt het verschoningsrecht toe aan de advocaat en berust het op zijn geheimhoudingsplicht. Hoe een Nederlandse rechter een AI-gesprek beoordeelt, volgt niet uit die uitspraken.

Wat hebben Amerikaanse rechters beslist over AI en privilege?

In Heppner waren de gesprekken van een verdachte met Claude niet beschermd. In Warner en Morgan bleef AI-ondersteund werk van partijen zonder advocaat beschermd als work product. Tegen deze uitspraken is hoger beroep mogelijk.

Mag een cliënt het advies van zijn advocaat in een AI-chatbot plakken?

In Heppner leverde zelfstandig gebruik van een consumentenchatbot geen bescherming op. Sommige commentatoren lezen in een voetnoot dat ook het advies van de advocaat zo zijn bescherming verliest. Spreek schriftelijk af dat dit alleen op uw aanwijzing gebeurt.

Was dit nuttig? Laat het ons weten.

Delen